OBS Parkwijck
Zuidendijk 363-A
3317 NR Dordrecht
Behandeldoelen
Met behulp van het ICF-model worden in samenspraak met de cliënt doelen vastgesteld die aansluiten bij zijn of haar wensen en behoeften.
In plaats van alleen te focussen op de stoornis (bijvoorbeeld een articulatieprobleem), wordt ook gekeken naar de gevolgen hiervan voor het dagelijks leven. Zo kan een stoornis in de spraakfunctie leiden tot beperkingen in het voeren van gesprekken (activiteit) en uiteindelijk tot problemen in sociale participatie, zoals het vermijden van contact. Door het ICF-model als leidraad te gebruiken, wordt de cliënt actief betrokken bij het formuleren van doelen. De logopedist bespreekt samen met de cliënt welke activiteiten of participatiesituaties als lastig worden ervaren en welke het meest belangrijk zijn om te verbeteren. Op basis hiervan worden logopedische doelen opgesteld die aansluiten bij de wensen, behoeften en mogelijkheden van de cliënt. Bijvoorbeeld: niet alleen het verbeteren van spraakverstaanbaarheid, maar ook als doel: zelfverzekerd deelnemen aan gesprekken op het werk.
​
Een aantal doelen zijn hieronder kort beschreven. Tijdens de logopedische behandeling zijn de doelen uitgewerkt als SMART-doelen. SMART-doelen maken duidelijk wat je wilt bereiken, hoe je dit kunt meten en wanneer het doel behaald is.
Op deze manier zijn de doelen concreet.
​
​
Taal
-
​Het vergroten van de woordenschat​;
-
Actief deelnemen aan gesprekken binnen het gezin;
​
-
Het verbeteren van de zinsbouw​;
-
Het verbeteren van het taalbegrip​​;
-
Vertelvaardigheden uitbreiden;
-
Meepraten met leeftijdsgenoten tijdens het spelen;
-
Werken aan het taalgebruik​;
-
Taalstimulerende strategieën toepassen.
​​​
Spraak
-
​Het verbeteren van verstaanbaarheid tijdens het spontaan spreken​​;
​
-
Het verkrijgen van een correcte klankproductie;
-
Het verhogen van het klankbewustzijn​;
-
Oefenen met oro-motorische oefeningen om de spraakmotoriek te versterken.
​
Afwijkende mondgewoonte
-
OMFT (Oro-MyoFunctionele Therapie);
-
Het verminderen en uiteindelijk stoppen van bijv. speen, duimzuigen, nagelbijten of tongpersen;
-
​Het verminderen van habitueel mondademen en aanleren neusademen;
​ -
Stoppen met slissen.
​
​
Lees- en spellingproblemen
​
-
Werken aan letter- en woordherkenning;
-
Het verbeteren van de klank-tekenkoppeling; ​
-
Het verbeteren van de auditieve vaardigheden;​
-
Strategieën toepassen om teksten beter te begrijpen, zodat het begrijpend lezen vlotter verloopt.
​
​
​
​
​
​
​
​
